‘What’s up doc’ een diner in Arnhem. Een klucht.

Soms komt het voor dat je van de ene in de andere verbazing valt tijdens een diner. Dat gebeurde ons. Ik schrijf niet om eetgelegenheden kapot te schrijven, daarom hier een Arnhemse waargebeurde klucht in een niet nader te noemen etablissement.

Dit diner staat al weken gepland (nou, eigenlijk al 1,5 jaar), het is een hele uitdaging om acht mensen tegelijkertijd op één plek te krijgen. Mijn zeven vrienden en ik hebben ons erop verheugd. Laat ik voor mezelf spreken, vijf gangen met wijnen in een restaurant dat (over het algemeen) goed bekend staat onder Arnhemmers, dat laat ik niet graag schieten.  Achteraf helemaal niet na het spektakel dat wij voorgeschoteld kregen.

De boze jassenman
We arriveren nét niet tegelijk maar wel bijna, er staat een nogal wilde kribbige man jassen uit handen te rukken bij de entree. Goh, gezellig.
We worden door een pittig type naar onze tafel begeleid. De spinachtige tattoo op haar hand en haar drooggeblondeerde staart maakt al indruk op me.
We zitten. Er valt een stilte. Na iets teveel seconden: ”Wilt u alvast iets drinken?”. Er wordt gevraagd naar de opties door een van ons. ”Rode wijn, witte wijn…” Ai, hier zullen we zelf een keuze moeten maken. We willen wel iets van bubbels. ”Een fles champagne, gaan we doen!” Ho ho, dit gaat te rap. Ze gaat vragen of er ook cava of iets in die richting is.
Daar komt de boze jassenman met heel veel glazen. Eén van ons drinkt niet (ja, ik snap het ook niet zo goed) maar een afkeurende blik is nou ook weer niet nodig, meneer.

Dan zien we het wel
We krijgen een menu van de chef. Er wordt naar allergieën en uitzonderingen gevraagd. Nadat één van ons zachtjes wat uitzonderingen benoemt roept spidergirl: ”Ik schrijf het allemaal op en dan zien we het wel!” Dat is nog eens een feestelijk uitgangspunt. De spanning stijgt.

spider girl

Geweld in bouillon
”Quinoa geweld in bouillon”. Ik wacht op meer uitleg. Nee, dit was het. In de quinoa treffen wij stukjes vlees dat tussen soepvlees en een andere rundachtige substantie in zit.
Er is overigens nergens een wijnkaart te zien. Het personeel trouwens ook niet.

Vet ruggetje
Daar zien we een ander personeelslid. Ze valt direct op aangezien ze een enorme plens van een groenige saus over opa giet die naast ons met zijn familie zit te eten. Ze begint hysterisch met een servet de saus in zijn lichte overhemd te wrijven. Het is dat mijn ossengalzeep vandaag thuis ligt.

ossengalzeep

Mastersoup
De cava of prosecco, we zullen het niet weten, is al best even op. Pak die kans, schenk ons iets. ”Denk aan die omzet! Dit zijn zuipers, dat zie je toch meteen” zou ik zeggen als ik de boze jassenman was. Maar zo gaat het niet. We zouden nog wel wat willen drinken. Misschien een wijn die past bij het volgende gerecht? ”Wat hadden jullie net?” De quinoa. Met zo weinig drank zijn we helderder dan het personeel vrees ik. ”Jullie krijgen zo mosterdsoep!”
”Een mosterdsoepje.” Zegt een van ons ietwat bedenkelijk. Er valt een stilte. Er volgt geen advies, ook geen wijnkaart. Ik vraag naar de chardonnay. Spiderwoman is hem direct gesmeerd. Chardonnay is blijkbaar chardonnay (oh jongens, als jullie eens wisten waar dit was, er zijn hier zéker zes soorten chardonnay te krijgen).
De serveerster, die van opa’s rug, komt de fles brengen en openmaken. Het gaat wat stroef (het lukt niet), dit blijkt de tweede fles wijn te zijn die ze ooit heeft opengemaakt. Het is niet erg, de wijn is goed. Geen flauw idee wat zo’n fles kost. Het lijkt wel roulette hier.
Met trillende handen komt het mosterdsoepje klotsend op tafel. ”Mastersoup, with white wine” kirt de losgeslagen Engelssprekende kok. ”Mosterdsoep!” blaft de boze jassenman. De soep is prima maar zóut.  Je voelt je cholesterol omhoog schieten. Of dit gemaakt is met vegetarische bouillon vraag ik me sterk af. Ach, we hebben maar twee vegetariërs aan tafel.
Graag wil ik hier speciaal Jeffreys gouden ingeving benoemen: mosterdsoep met mini bitterballetjes. Maar die waren er dus niet.

mad chef

Spider(woman)
Ik zie opeens gekke pootjes onder een mes vandaan komen. Iemand tikt het mes aan, er begint een grote zwarte spin over het witte tafellinnen te rennen. Zeker 1,5 cm die goorlap. De vrouwen gillen hoog. De mannen vinden dat we ons aanstellen. Het personeel is bang voor spinnen. Ook spiderwoman. Opa’s tafel kijkt wat zorgelijk, zo’n groep met tuig naast je ís ook niet fijn. Gelukkig is er geen drank meer.
De spin wordt geplet in het servet van een van onze vegetarische leden.

What’s up doc
Opeens zijn daar de hoofdgerechten (het werd ons na afloop pas duidelijk dat dit het hoofdgerecht was). Er ligt bij iedereen een enorme wortel van boven naar onder op het bord ”What’s up doc?” hoor ik naast me. Ik krijg weer de slappe lach als ik eraan denk. De vegetariërs (het is nogal een opvallend item hier) krijgen vis. ”Ik eet vegetarisch.”, ”Ik ook.” ”Shit, twee?! roept de serveerster”. Dit is gang drie, er begint een kwartje te vallen.
De vis en gamba’s smaken goed, jammer van de gelige saus met vel over de polenta.

bugs bunny
What’s up doc?!

En nou potverdomme een rode wijn 
Nou wil ik verdomme die wijnkaart zien. Niemand te zien, en nog niet, en nog niet. Ik loop naar de bar, daar staat het voltallige personeel (exclusief de jassenman, die is er al met veel bombarie tussenuit geknepen) te miepen.
Aan de hand van de (enorme) wijnkaart zoeken we een rode wijn uit die we kennen. Ik wil bestellen. Er is niemand, en nog niet, en nog niet. Ik bestel wederom aan de bar die goede fles wijn. Er komt een andere. De goedkopere versie. Nou weet je, ook goed. Bij het uitschenken gaat er een kwart glas over één van onze handen.

Rood fruit, iemand?
Een van onze leden wil liever geen kaas. Er wordt overlegd in de keuken. ”Er zijn nog twee porties rood fruit. Wie wil die?” Hè daar draaien we lekker warm van, bijna met schaamte gaan er twee pootjes omhoog.
De kazen zijn goed, de uitleg is ook prima. ”Nou, en jullie hebben dan rood fruit.” Het is allemaal niet zo bedoeld, maar hartelijk voelt het niet. Het is schrijnend dat de eigenaar zo’n jonge meid (een stagiair blijkt) zoveel verantwoordelijkheid geeft, twee groepen, dat lijkt mij niet handig.

Mousse
Het zoete dessert arriveert. Iets lobbigs in een glaasje, een bol ijs en kruimels van schuimblok. ”Dit is… godver, shit, nou weet ik het niet meer. Mousse! Ja, een mousse van aardbeien met en bol vanielje-ijs”. Het betreft een smoothie van aardbei en banaan.

schuimblok

Whisky
Een derde personeelslid met een arm in een witte mitella komt de koffieronde opnemen. Een glaasje whisky zou ook lekker zijn. ”Wilt u single malt?” ”Wat heb je nog meer?” ”Single malt. En ja, Schots of Iers. Of single malt.” ”Mag ik meelopen om te kijken?” ”Nou, al onze flessen staan in bakken want we zijn aan het opruimen.” Hij loopt toch mee.
Twee van ons hebben espresso. Bij één ervan wordt een leistenen plankje met bonbons gebracht. De ander krijgt dat niet omdat de plaatjes op zijn, ”daar lag de kaas op”.

Wie het weet mag het zeggen
Weten jullie het al? Mijn mede-eters mogen niet raden. Dit stuk berust op feiten en een zeer gezellig, hilarisch diner met uiteindelijk héél goede dranken. Het was nota bene nog een cadeau ook.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie